Deze petuniasoort heeft (nog) geen Nederlandse benaming, maar Rio Grande's Petunia (Petunia riograndensis) is de correcte vertaling van zijn officiële botanische naam. De soort werd in 1998 voor het allereerst geïdentificeerd in de bergachtige gebieden, grenzend aan de Rio Grande do Sul (Brazilië), zeg maar de 'Grote Rivier van het Zuiden'[1].
Botanici maken het ons nog lastiger door te verklaren dat Petunia riograndensis, die voorheen beschreven was als een aparte soort, nu geclassificeerd moet worden als de Petunia integrifolia integrifolia, een ondersoort van de violetkleurige petunia (Petunia integrifolia).
De Rio Grande's Petunia is een wilde, eenjarige plant met paarse bloemen, afkomstig uit subtropische gebieden in Zuid-Brazilië en Noordoost-Argentinië. Deze soort groeit tot 20 centimeter hoog en tot 50 centimeter breed. Het is een bodembedekkende, zonminnende soort die getemd gebruikt wordt in borders. In Nederland zal hij minder goed gedijen, aangezien de Rio Grande's Petunia houdt van warmte en geschikt is voor subtropische klimaten. Kwekers hebben zich intussen al beziggehouden met het 'verbeteren' van deze (onder)soort en zaadjes zijn beschikbaar.
Deze soort toont zich aan de wereld als een kruipende of opstijgende kruidachtige plant met roze, magenta of paarse, trompetvormige bloemen, vaak met een licht geurloze of zwakke geur.
Rio Grande's Petunia heeft regelmatig water (vooral in potten) en voeding nodig en bloeit van de lente tot de eerste vorst.
[1] Ando, Hashimoto: Two New Species of Petunia (Solanaceae) from Southern Rio Grande do Sul, Brazil in JSTOR - 1998
Petunia en Harry Potter
J.K. Rowling heeft de reden achter de gewelddadige afkeer van de Dursleys voor hun neefje Harry Potter onthuld in een nieuw artikel voor haar website, Pottermore – evenals de reden achter haar beslissing om Petunia Dursley zonder een woord van vriendelijkheid bij Harry weg te laten gaan in de laatste roman.
Sommige lezers, zo schrijft Joanne Rowling, "wilden meer van tante Petunia tijdens dit afscheid". Aan het begin van 'Harry Potter and the Deathly Hallows' laat Harry zijn familie voorgoed achter zich - zijn neef Dudley schudt zijn hand, zijn oom Vernon brult "Ik dacht dat we een strak schema hadden", en zijn tante kijkt hem een laatste keer aan. Rowling schrijft in de roman dat "Harry even het vreemde gevoel had dat ze iets tegen hem wilde zeggen: ze gaf hem een vreemde, trillende blik en leek op het randje van spreken te balanceren, maar toen, met een kleine ruk van haar hoofd, snelde ze de kamer uit achter haar man en zoon aan."
In Pottermore beschrijft Rowling de Dursleys als “reactionair, bevooroordeeld, bekrompen en onwetend en intolerant; de meeste van mijn minst favoriete dingen”, en zegt dat ze wilde suggereren dat “iets fatsoenlijks (een lang vergeten maar vaag brandende liefde voor haar zus; het besef dat ze Lily’s ogen misschien nooit meer zou zien) bijna uit tante Petunia ontsnapte” tijdens het laatste afscheid, “maar dat ze het niet kan toegeven, of die lang begraven gevoelens kan tonen”.
Ondanks de teleurstelling van sommige lezers, schrijft Rowling, gelooft ze dat Petunia zich in dat laatste boek gedraagt “op een manier die het meest consistent is met haar gedachten en gevoelens in de voorgaande zeven boeken”.
Petunia Dursley, de zus van Harry's moeder, en haar man Vernon nemen hun neefje in huis toen zijn ouders vermoord waren. Ze voeden hem op naast hun eigen zoon Dudley, maar dwingen hem om in de kast onder de trap te wonen. Rowling legt uit hoe hun wrede behandeling teruggaat tot Petunia's jaloezie op de magische gaven van haar zus Lily toen ze opgroeiden, en Vernons afkeer van alles wat ongewoon was.
"Vernon had de neiging om zelfs mensen te verachten die bruine schoenen droegen onder zwarte pakken", schrijft Rowling, dus hij was niet onder de indruk toen hij het bestaan van Petunia's heksenzuster Lily ontdekte.
Toen Petunia en Vernon Lily's vriendje James voor het eerst ontmoetten, kregen de koppels ruzie, onthult Rowling. Vernon probeerde James te betuttelen door te suggereren dat tovenaars leven van een werkloosheidsuitkering, en werd boos toen James hem vertelde over het vele goud dat zijn ouders hadden in de tovenaarsbank Gringotts. Ze hebben het nooit goedgemaakt, Vernon beschreef James als "een soort amateur-goochelaar" en koos ervoor om niet naar de bruiloft van de Potters te gaan.
Toen er een brief uit Dumbledore kwam met het nieuws over de moord op de Potters, voelde Petunia "dat ze geen andere keus had" dan Harry in huis te nemen, maar ze deed dat met tegenzin, schrijft Rowling, "en bracht de rest van Harry's jeugd door met hem te straffen voor haar eigen keuze". Vernons afkeer van Harry, voegt ze toe, "komt deels, net als die van Severus Snape, voort uit Harry's grote gelijkenis met de vader die ze allebei zo'n hekel hadden".
Sommige lezers, zo schrijft Joanne Rowling, "wilden meer van tante Petunia tijdens dit afscheid". Aan het begin van 'Harry Potter and the Deathly Hallows' laat Harry zijn familie voorgoed achter zich - zijn neef Dudley schudt zijn hand, zijn oom Vernon brult "Ik dacht dat we een strak schema hadden", en zijn tante kijkt hem een laatste keer aan. Rowling schrijft in de roman dat "Harry even het vreemde gevoel had dat ze iets tegen hem wilde zeggen: ze gaf hem een vreemde, trillende blik en leek op het randje van spreken te balanceren, maar toen, met een kleine ruk van haar hoofd, snelde ze de kamer uit achter haar man en zoon aan."
In Pottermore beschrijft Rowling de Dursleys als “reactionair, bevooroordeeld, bekrompen en onwetend en intolerant; de meeste van mijn minst favoriete dingen”, en zegt dat ze wilde suggereren dat “iets fatsoenlijks (een lang vergeten maar vaag brandende liefde voor haar zus; het besef dat ze Lily’s ogen misschien nooit meer zou zien) bijna uit tante Petunia ontsnapte” tijdens het laatste afscheid, “maar dat ze het niet kan toegeven, of die lang begraven gevoelens kan tonen”.
Ondanks de teleurstelling van sommige lezers, schrijft Rowling, gelooft ze dat Petunia zich in dat laatste boek gedraagt “op een manier die het meest consistent is met haar gedachten en gevoelens in de voorgaande zeven boeken”.
Petunia Dursley, de zus van Harry's moeder, en haar man Vernon nemen hun neefje in huis toen zijn ouders vermoord waren. Ze voeden hem op naast hun eigen zoon Dudley, maar dwingen hem om in de kast onder de trap te wonen. Rowling legt uit hoe hun wrede behandeling teruggaat tot Petunia's jaloezie op de magische gaven van haar zus Lily toen ze opgroeiden, en Vernons afkeer van alles wat ongewoon was.
"Vernon had de neiging om zelfs mensen te verachten die bruine schoenen droegen onder zwarte pakken", schrijft Rowling, dus hij was niet onder de indruk toen hij het bestaan van Petunia's heksenzuster Lily ontdekte.
Toen Petunia en Vernon Lily's vriendje James voor het eerst ontmoetten, kregen de koppels ruzie, onthult Rowling. Vernon probeerde James te betuttelen door te suggereren dat tovenaars leven van een werkloosheidsuitkering, en werd boos toen James hem vertelde over het vele goud dat zijn ouders hadden in de tovenaarsbank Gringotts. Ze hebben het nooit goedgemaakt, Vernon beschreef James als "een soort amateur-goochelaar" en koos ervoor om niet naar de bruiloft van de Potters te gaan.
Toen er een brief uit Dumbledore kwam met het nieuws over de moord op de Potters, voelde Petunia "dat ze geen andere keus had" dan Harry in huis te nemen, maar ze deed dat met tegenzin, schrijft Rowling, "en bracht de rest van Harry's jeugd door met hem te straffen voor haar eigen keuze". Vernons afkeer van Harry, voegt ze toe, "komt deels, net als die van Severus Snape, voort uit Harry's grote gelijkenis met de vader die ze allebei zo'n hekel hadden".
Petunia en Benzaldehyde
Benzaldehyde (C6H5CHO) is een organische stof en is de meest eenvoudige van de aromatitische aldehyden. Het heeft een sterke, zoete, ietwat fruitachtige geur die doet denken aan bittere amandel, spijs, marsepein en kersen. Daardoor wordt deze stof veelvuldig ingezet als geur- en smaakstof in parfum, cosmetica en levensmiddelen, zoals cherry coke.
Na vanillin en ethylvanillin is benzaldehyde wereldwijd de meest gebruikte geur- en smaakstof.
Benzaldehyde kan onttrokken worden uit een aantal natuurlijke bronnen, waaronder abrikozen, kersen, laurierbladeren, perzikzaden en als amygdaline in bepaalde noten en zaden.
Tegenwoordig wordt benzaldehyde vooral gemaakt uit tolueen via een aantal verschillende syntheseroutes. Uiteraard is deze route veel goedkoper, maar de concument wil tegenwoordig vooral natuurlijke ingrediënten. Benzaldehyde uit natuurlijke bronnen is een stuk prijziger en daarom zoeken wetenschappers in de natuur naar de oplossing.
Planten maken ook benzaldehyde aan om bestuivers aan te trekken en zit naast die vruchten ook in andere planten, waaronder petunia’s.
De onderzoekers werkten met petunia's om de natuurlijke biosynthetische route van benzaldehydeproductie bloot te leggen[1]. Met deze kennis zullen onderzoekers de genen die voor het proces coderen, kunnen overbrengen naar gist of andere microben, zodat de productie van benzaldehyde op industriële schaal en het gebruik ervan in de voedingsmiddelen- en drankenindustrie mogelijk wordt.
Het team ontdekte dat bij de synthese van benzaldehyde in petuniabloemblaadjes een enzym betrokken is dat bestaat uit twee subeenheden die in gelijke hoeveelheden moeten worden gecombineerd om te activeren.
[1] Huang et al: A peroxisomal heterodimeric enzyme is involved in benzaldehyde synthesis in plants in Nature - 2022
Na vanillin en ethylvanillin is benzaldehyde wereldwijd de meest gebruikte geur- en smaakstof.
Benzaldehyde kan onttrokken worden uit een aantal natuurlijke bronnen, waaronder abrikozen, kersen, laurierbladeren, perzikzaden en als amygdaline in bepaalde noten en zaden.
Tegenwoordig wordt benzaldehyde vooral gemaakt uit tolueen via een aantal verschillende syntheseroutes. Uiteraard is deze route veel goedkoper, maar de concument wil tegenwoordig vooral natuurlijke ingrediënten. Benzaldehyde uit natuurlijke bronnen is een stuk prijziger en daarom zoeken wetenschappers in de natuur naar de oplossing.
Planten maken ook benzaldehyde aan om bestuivers aan te trekken en zit naast die vruchten ook in andere planten, waaronder petunia’s.
De onderzoekers werkten met petunia's om de natuurlijke biosynthetische route van benzaldehydeproductie bloot te leggen[1]. Met deze kennis zullen onderzoekers de genen die voor het proces coderen, kunnen overbrengen naar gist of andere microben, zodat de productie van benzaldehyde op industriële schaal en het gebruik ervan in de voedingsmiddelen- en drankenindustrie mogelijk wordt.
Het team ontdekte dat bij de synthese van benzaldehyde in petuniabloemblaadjes een enzym betrokken is dat bestaat uit twee subeenheden die in gelijke hoeveelheden moeten worden gecombineerd om te activeren.
[1] Huang et al: A peroxisomal heterodimeric enzyme is involved in benzaldehyde synthesis in plants in Nature - 2022
Glow-in-the dark Petunia
Ah, denk je misschien, dat is leuk voor de slaapkamer van mijn kinderen. Een paar glow-in-the-dark petunia's. Maar als je dat denkt, heb je het mis, want deze planten zijn echte petunia's.
Petunia's zijn onlangs genetisch gemanipuleerd om een neongroene tint te produceren, dankzij de toevoeging van DNA van Neonothopanus nambi, een lichtgevende (en giftige) paddenstoel die aangetroffen wordt in de tropische regenwouden van Australië, Maleisië, Zuid-Amerika en Centraal-America. Overdag heeft de paddenstoel een onopvallende bruine kleur. 's Nachts gloeit hij spookachtig groen.
“We maakten gebruik van een natuurlijk systeem dat is 'geleend' van een paddenstoel, die normaal gesproken in de tropische oerwouden voorkomt, en hebben dit op de planten overgebracht”, legt Karen Sarkisya uit, medeoprichter van het in Amerika gevestigde biotechbedrijf Light Bio. Het bedrijf kreeg onlangs toestemming van het Amerikaanse Ministerie van Landbouw om zijn lichtgevende petunia's in de Verenigde Staten op de markt te brengen.
Er zijn ongeveer 1,500 bekende bioluminescente soorten, waaronder bacteriën, vissen, kwallen, wormen, amfibieën, geleedpotigen en paddenstoelen. Die bioluminescentie ontstaat op natuurlijke wijze wanneer zuurstof reageert met een stof genaamd luciferine en met behulp van een enzym genaamd luciferase, om energie te produceren in de vorm van licht.
Het bedrijf is van plan de planten al vanaf begin 2024 te gaan verkopen onder de naam Firefly Petunia.
Omdat alle planten de potentie hebben om uit jouw dierbare tuin te ontsnappen, zal het slechts een kwestie van tijd zijn voordat de glow-in-the-dark petunia's in het wild worden aangetroffen. Dat zal zeker je nacht opfleuren.
Petunia's zijn onlangs genetisch gemanipuleerd om een neongroene tint te produceren, dankzij de toevoeging van DNA van Neonothopanus nambi, een lichtgevende (en giftige) paddenstoel die aangetroffen wordt in de tropische regenwouden van Australië, Maleisië, Zuid-Amerika en Centraal-America. Overdag heeft de paddenstoel een onopvallende bruine kleur. 's Nachts gloeit hij spookachtig groen.
“We maakten gebruik van een natuurlijk systeem dat is 'geleend' van een paddenstoel, die normaal gesproken in de tropische oerwouden voorkomt, en hebben dit op de planten overgebracht”, legt Karen Sarkisya uit, medeoprichter van het in Amerika gevestigde biotechbedrijf Light Bio. Het bedrijf kreeg onlangs toestemming van het Amerikaanse Ministerie van Landbouw om zijn lichtgevende petunia's in de Verenigde Staten op de markt te brengen.
Er zijn ongeveer 1,500 bekende bioluminescente soorten, waaronder bacteriën, vissen, kwallen, wormen, amfibieën, geleedpotigen en paddenstoelen. Die bioluminescentie ontstaat op natuurlijke wijze wanneer zuurstof reageert met een stof genaamd luciferine en met behulp van een enzym genaamd luciferase, om energie te produceren in de vorm van licht.
Het bedrijf is van plan de planten al vanaf begin 2024 te gaan verkopen onder de naam Firefly Petunia.
Omdat alle planten de potentie hebben om uit jouw dierbare tuin te ontsnappen, zal het slechts een kwestie van tijd zijn voordat de glow-in-the-dark petunia's in het wild worden aangetroffen. Dat zal zeker je nacht opfleuren.
Zwarte petunia
Nee, zwarte bloemen bestaan niet en ook de zwarte petunia is een slechts cultivar die een dieppaarse kleur heeft. Toch is het een vreemd gezicht, want petunia's zijn in het algemeen vrolijke bloemen en zwart geeft toch een ietwat macaber gevoel.
Een zwarte petunia komt uiteraard niet in de natuur voor en is het resultaat van een min of meer natuurlijk kweekproces, waarbij kwekers experimenteerden met bestaande kleuren. Die kleur werd uiteindelijk gecreëerd door het combineren van anthocyanines, de pigmenten die de rode, paarse en blauwe kleuren in bloemen, groenten en fruit creëren. Deze zijn aanwezig in elk deel van de plant, inclusief de stengels, bladeren en wortels. Als je de bloemblaadjes tussen je duim en vinger fijn wrijft, zie je dat je vingertop (en duimtop) donkerpaars worden.
De zwarte petunia verscheen voor het eerst in Groot-Brittannië op de markt in 2010 onder de naam 'Black Velvet' met de verkoopkretologie: 'Black goes with everything'. De prijzen lagen in het eerste jaar tussen de £2 en £3 per plant.
Intussen zijn er meerdere aanbieders van de (bijna) zwarte petunia.
Ik vraag me af hoe een tuin er uit zal zien met alleen zwarte bloemen en ik stel me voor dat dit slechts in de smaak zal vallen bij een beperkt publiek. Het is natuurlijk wel een kleur die een perfect contrast oplevert. Een combinatie van witte petunia's met zwarte petunia's zou geweldig staan.
De zwarte petunia combineert ook heel goed met geel bloeiende planten. Ook kun je ze perfect combineren met donkerbladige planten zoals die van de zoete aardappel.
Een zwarte petunia komt uiteraard niet in de natuur voor en is het resultaat van een min of meer natuurlijk kweekproces, waarbij kwekers experimenteerden met bestaande kleuren. Die kleur werd uiteindelijk gecreëerd door het combineren van anthocyanines, de pigmenten die de rode, paarse en blauwe kleuren in bloemen, groenten en fruit creëren. Deze zijn aanwezig in elk deel van de plant, inclusief de stengels, bladeren en wortels. Als je de bloemblaadjes tussen je duim en vinger fijn wrijft, zie je dat je vingertop (en duimtop) donkerpaars worden.
De zwarte petunia verscheen voor het eerst in Groot-Brittannië op de markt in 2010 onder de naam 'Black Velvet' met de verkoopkretologie: 'Black goes with everything'. De prijzen lagen in het eerste jaar tussen de £2 en £3 per plant.
Intussen zijn er meerdere aanbieders van de (bijna) zwarte petunia.
Ik vraag me af hoe een tuin er uit zal zien met alleen zwarte bloemen en ik stel me voor dat dit slechts in de smaak zal vallen bij een beperkt publiek. Het is natuurlijk wel een kleur die een perfect contrast oplevert. Een combinatie van witte petunia's met zwarte petunia's zou geweldig staan.
De zwarte petunia combineert ook heel goed met geel bloeiende planten. Ook kun je ze perfect combineren met donkerbladige planten zoals die van de zoete aardappel.
Hoe weet een petunia wanneer hij lekker moet ruiken?
Onderzoekers bestudeerden de vraag hoe de petunia's weten wanneer ze hun heerlijke, zoete geur moeten afgeven om insecten te lokken die de bloemen bestuiven.
Het team ontdekte een belangrijk gen dat bepaalt wanneer de petunia (Petunia hybrida) zijn geur afgeeft[1]. Het gen, Late Elongated Hypocotyl - beter bekend onder de afkorting LHY - wordt in veel plantensoorten aangetroffen en is een belangrijk onderdeel van het 'circadiaan ritme' van de plant. Dat circadiaan ritme is een biologisch klok die gestuurd wordt door de zon. Daarom noemt men het ook wel een 24-uursritme of een slaap-waakritme.
Biologen weten al langer dat veel organismen, zoals planten, mensen en zelfs kleine bacteriën allemaal interne circadiane klokken hebben - genen die hun cellen gesynchroniseerd houden met de 24-uurs cyclus van het leven op aarde. Deze genen reguleren cellulaire activiteiten op basis van het tijdstip van de dag. Onderzoekers hadden eerder aangetoond dat LHY een onderdeel is van de circadiane klok in andere bloeiende planten, maar in het onderhavige onderzoek hebben biologen voor het eerst een verband gelegd tussen LHY-activiteit en bloemengeur.
De onderzoekers ontdekten dat het petunia-LHY-gen 's ochtends het meest actief is, juist op het tegenovergestelde tijdstip van de dag wanneer de petunia zijn heerlijke geur afgeeft. Ze veronderstelden dat de ochtendactiviteit van LHY de productie van geurende chemicaliën zou kunnen onderdrukken. Toen ze de activiteit van LHY in hun laboratorium wisten te verlengen, lieten de petunia's hun geurige chemicaliën helemaal niet vrij.
Ze ontdekten zelfs hoe LHY de geur remt: het grijpt in op de activiteit van ODO1, een ander gen van de petunia dat de productie en afgifte van bloemengeuren bevordert[2] Door de ODO1-activiteit vroeg op de dag te onderdrukken, stopt LHY de aanmaak van bloemengeuren. Wanneer het LHY-gen later op de dag minder actief wordt, is ODO1 in staat om de productie van de geurige chemicaliën op te voeren, net op tijd voor de afgifte van die heerlijke, zwoele geur in een warme zomeravond.
Daarna creëerden de onderzoekers een petunia met een verminderde activiteit van het LHY-gen. Daardoor produceerden deze planten hun heerlijke geur vier tot acht uur eerder op de dag. Dat gepruts met genen zorgt er natuurlijk wel voor dat de insecten dan niet actief zijn en de plant zich minder goed zal kunnen voortplanten.
[1] Fenske et al: Circadian clock gene LATE ELONGATED HYPOCOTYL directly regulates the timing of floral scent emission in Petunia in PNAS – 2022. Zie hier.
[2] Verdonk et al: ODORANT1 regulates fragrance biosynthesis in petunia flowers in Plant Cell - 2005
Het team ontdekte een belangrijk gen dat bepaalt wanneer de petunia (Petunia hybrida) zijn geur afgeeft[1]. Het gen, Late Elongated Hypocotyl - beter bekend onder de afkorting LHY - wordt in veel plantensoorten aangetroffen en is een belangrijk onderdeel van het 'circadiaan ritme' van de plant. Dat circadiaan ritme is een biologisch klok die gestuurd wordt door de zon. Daarom noemt men het ook wel een 24-uursritme of een slaap-waakritme.
Biologen weten al langer dat veel organismen, zoals planten, mensen en zelfs kleine bacteriën allemaal interne circadiane klokken hebben - genen die hun cellen gesynchroniseerd houden met de 24-uurs cyclus van het leven op aarde. Deze genen reguleren cellulaire activiteiten op basis van het tijdstip van de dag. Onderzoekers hadden eerder aangetoond dat LHY een onderdeel is van de circadiane klok in andere bloeiende planten, maar in het onderhavige onderzoek hebben biologen voor het eerst een verband gelegd tussen LHY-activiteit en bloemengeur.
De onderzoekers ontdekten dat het petunia-LHY-gen 's ochtends het meest actief is, juist op het tegenovergestelde tijdstip van de dag wanneer de petunia zijn heerlijke geur afgeeft. Ze veronderstelden dat de ochtendactiviteit van LHY de productie van geurende chemicaliën zou kunnen onderdrukken. Toen ze de activiteit van LHY in hun laboratorium wisten te verlengen, lieten de petunia's hun geurige chemicaliën helemaal niet vrij.
Ze ontdekten zelfs hoe LHY de geur remt: het grijpt in op de activiteit van ODO1, een ander gen van de petunia dat de productie en afgifte van bloemengeuren bevordert[2] Door de ODO1-activiteit vroeg op de dag te onderdrukken, stopt LHY de aanmaak van bloemengeuren. Wanneer het LHY-gen later op de dag minder actief wordt, is ODO1 in staat om de productie van de geurige chemicaliën op te voeren, net op tijd voor de afgifte van die heerlijke, zwoele geur in een warme zomeravond.
Daarna creëerden de onderzoekers een petunia met een verminderde activiteit van het LHY-gen. Daardoor produceerden deze planten hun heerlijke geur vier tot acht uur eerder op de dag. Dat gepruts met genen zorgt er natuurlijk wel voor dat de insecten dan niet actief zijn en de plant zich minder goed zal kunnen voortplanten.
[1] Fenske et al: Circadian clock gene LATE ELONGATED HYPOCOTYL directly regulates the timing of floral scent emission in Petunia in PNAS – 2022. Zie hier.
[2] Verdonk et al: ODORANT1 regulates fragrance biosynthesis in petunia flowers in Plant Cell - 2005
Mexicaanse petunia
Nee, de Mexicaanse petunia (Ruellia simplex) is geen echte petunia. Zijn wetenschappelijke naam is ook nogal aan veranderingen onderheving: hij is afwisselend in de boeken verschenen als Ruellia angustifolia, Ruellia brittoniana en Cryphiacanthus angustifolius. In de Verenigde Staten staat hij bekend als Mexican bluebell of Britton's petunia.
Deze soort is een groenblijvende vaste plant die tot bijna een meter hoog kan worden. Hij vormt 'kolonies' van stengels met lancetvormige bladeren die variëren in lengte van 15 tot 30 centimeter en dan zo'n één tot twee centimeter breed zijn. De Mexicaanse petunia bloeit met trompetvormige bloemen, die van nature metallic blauw tot paars van kleur zijn.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Ruellia, eert de Franse arts en botanist Jean Ruel of Jean Ruelle (1474-1537), die ook bekend stond onder diens gelatiniseerde naam Ioannes Ruellius. Hij was ooit bekend vanwege diens boekwerk 'De Natura Stirpium' (1537), waarin hij een groot aantal planten alfabetisch beschreef, iets wat nog nooit eerder was gedaan. Is zo'n boek prijzig, zo kun je je afvragen. Nou, dat valt (relatief) mee, want een eerste druk werd nog niet zo lang geleden (2013) verkocht voor US$ 3,000. Het tweede deel, simplex, komt uit het Latijn, waar het 'eenvoudig' betekende.
De Mexicaanse petunia is oorspronkelijk een bewoner Mexico, het Caribisch gebied en delen van Zuid-Amerika, waaronder westelijk Bolivia, zuidwestelijk Brazilië, Paraguay, Uruguay en noordoostelijk Argentinië. Het is vooral een plant van natte plaatsen zoals sloten, vijverkanten, meren en moerassen, maar kan ook in drogere omstandigheden overleven.
Omdat deze plant vaak als sierplant in Amerikaanse tuinen werd aangeplant, hoeft het voor ons geen verrassing te zijn dat hij daaruit vaak is ontsnapt. Het is intussen een wijdverbreide invasieve plant geworden in Florida, waar de soort waarschijnlijk al voor 1933 als sierplant werd geïntroduceerd. Ook in Australië, delen van Azië en diverse eilanden in de Stille Zuidzee zijn ze hem liever kwijt als rijk.
Op veel plaatsen is de Mexicaanse petunia zo invasief geworden dat hij dichte bosschages vormt waar verder niets meer kan groeien. Daardoor worden inheemse planten in soms zeer kwetsbare omgevingen verdrongen en zijn met uitsterven bedreigd.
Deze soort is een groenblijvende vaste plant die tot bijna een meter hoog kan worden. Hij vormt 'kolonies' van stengels met lancetvormige bladeren die variëren in lengte van 15 tot 30 centimeter en dan zo'n één tot twee centimeter breed zijn. De Mexicaanse petunia bloeit met trompetvormige bloemen, die van nature metallic blauw tot paars van kleur zijn.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Ruellia, eert de Franse arts en botanist Jean Ruel of Jean Ruelle (1474-1537), die ook bekend stond onder diens gelatiniseerde naam Ioannes Ruellius. Hij was ooit bekend vanwege diens boekwerk 'De Natura Stirpium' (1537), waarin hij een groot aantal planten alfabetisch beschreef, iets wat nog nooit eerder was gedaan. Is zo'n boek prijzig, zo kun je je afvragen. Nou, dat valt (relatief) mee, want een eerste druk werd nog niet zo lang geleden (2013) verkocht voor US$ 3,000. Het tweede deel, simplex, komt uit het Latijn, waar het 'eenvoudig' betekende.
De Mexicaanse petunia is oorspronkelijk een bewoner Mexico, het Caribisch gebied en delen van Zuid-Amerika, waaronder westelijk Bolivia, zuidwestelijk Brazilië, Paraguay, Uruguay en noordoostelijk Argentinië. Het is vooral een plant van natte plaatsen zoals sloten, vijverkanten, meren en moerassen, maar kan ook in drogere omstandigheden overleven.
Omdat deze plant vaak als sierplant in Amerikaanse tuinen werd aangeplant, hoeft het voor ons geen verrassing te zijn dat hij daaruit vaak is ontsnapt. Het is intussen een wijdverbreide invasieve plant geworden in Florida, waar de soort waarschijnlijk al voor 1933 als sierplant werd geïntroduceerd. Ook in Australië, delen van Azië en diverse eilanden in de Stille Zuidzee zijn ze hem liever kwijt als rijk.
Op veel plaatsen is de Mexicaanse petunia zo invasief geworden dat hij dichte bosschages vormt waar verder niets meer kan groeien. Daardoor worden inheemse planten in soms zeer kwetsbare omgevingen verdrongen en zijn met uitsterven bedreigd.
Zijn petunia's verslavend?
De petunia's zijn, botanisch gezien, broertjes van de nicotiana's. Van de nicotiana's weten we dat ze bron zijn van tabak. De nicotine van de nicotiana's is een krachtige alkaloïde die, zoals altijd, bedoeld is om vraatschade te beperken. Het is dus niet zo gek om te veronderstellen dat ook petunia's eenzelfde manier hebben ontwikkelend om zichzelf te beschermen tegen de vraatzucht van planteneters.
Zo op het eerste gezicht klopt dat idee. Zelfs Wikipedia meldt hier dat ooit (of ergens) gerapporteerd is dat de Petunia violacea in Ecuador werd gebruikt als een hallucinerend middel, waar het bekend staat als shanín. Van deze drug wordt gemeld dat het sensaties van zweven en vliegen kan veroorzaken. Die effecten doen ons denken aan diverse Europese planten die ooit door heksen zouden worden gebruikt om te kunnen vliegen.
Maar we hadden hier al eerder gemeld dat wetenschappers er niet in geslaagd waren om potentiële kandidaten te identificeren. Geen alkaloïden betekent geen verslavende of hallucinerende werking.
Maar het idee van verslaving bleek toch te aantrekkelijk om los te laten. Op diverse sites, waar men drugsgebruik met een positieve blik bekijkt wordt toch een effect beschreven. Ik zal een melding op een verborgen forum even voor de lezer vertalen.
“Nadat ik gehoord had van de vermeende psychoactieve eigenschappen van petunia's en gezien hun naaste botanische verwanten, besloot mijn vriend thee te zetten van zes grote, diep paarse, fluweelachtige bloemen. Water werd gekookt, gehakte verse bloemen werden toegevoegd. Het water kreeg meteen een mooie donkerblauwe kleur. De vloeistof werd na een paar minuten gezeefd en de resulterende thee werd gedronken door mijn enthousiaste vriend die zich niet druk maakte om de smaak, die ietwat bloemig zou zijn. Binnen een half uur manifesteerden zich de effecten in de vorm van milde 'adrenalinestoten' die met tussenpozen van ongeveer vijf minuten kwamen. Mijn vriend merkte op dat het effect vergelijkbaar was met de effecten van yohimbe die ook dergelijke rushes veroorzaken. Mijn vriend merkte op dat het gevoel onaangenaam was en het gevoeld gaf alsof je ergens door schrok Hij ondervond ook wat sedatie op vanwege de thee en ging binnen 45 minuten na het drinken van de thee naar bed. Mijn vriend besloot zich af te trekken (zijn vriendin was de stad uit). Dit snode plan mislukte door de effecten van de thee. Hij viel in slaap en droomde woeste dromen”.
Hoe kunnen we die tegenstrijdige ervaringen met elkaar in overeenstemming brengen, zo zul je je op dit moment kunnen afvragen. Het antwoord is eenvoudig.
De sukkel heeft niet een aftreksel van een Argentijnse petunia (Petunia violacea) gebruikt, maar heeft zich kennelijk vergist. Hij moet per ongeluk de bloemen van de klimmende winde (Ipomoea violacea) hebben gebruikt[1]. Die lijken namelijk zeer veel op die van de petunia en daarvan weten we wel degelijk dat ze hallucinerende effecten hebben.
[1] Butler et al: Petunia violacea: hallucinogen or not? in ScienceDirect – 1981. Zie hier.
Zo op het eerste gezicht klopt dat idee. Zelfs Wikipedia meldt hier dat ooit (of ergens) gerapporteerd is dat de Petunia violacea in Ecuador werd gebruikt als een hallucinerend middel, waar het bekend staat als shanín. Van deze drug wordt gemeld dat het sensaties van zweven en vliegen kan veroorzaken. Die effecten doen ons denken aan diverse Europese planten die ooit door heksen zouden worden gebruikt om te kunnen vliegen.
Maar we hadden hier al eerder gemeld dat wetenschappers er niet in geslaagd waren om potentiële kandidaten te identificeren. Geen alkaloïden betekent geen verslavende of hallucinerende werking.
Maar het idee van verslaving bleek toch te aantrekkelijk om los te laten. Op diverse sites, waar men drugsgebruik met een positieve blik bekijkt wordt toch een effect beschreven. Ik zal een melding op een verborgen forum even voor de lezer vertalen.
“Nadat ik gehoord had van de vermeende psychoactieve eigenschappen van petunia's en gezien hun naaste botanische verwanten, besloot mijn vriend thee te zetten van zes grote, diep paarse, fluweelachtige bloemen. Water werd gekookt, gehakte verse bloemen werden toegevoegd. Het water kreeg meteen een mooie donkerblauwe kleur. De vloeistof werd na een paar minuten gezeefd en de resulterende thee werd gedronken door mijn enthousiaste vriend die zich niet druk maakte om de smaak, die ietwat bloemig zou zijn. Binnen een half uur manifesteerden zich de effecten in de vorm van milde 'adrenalinestoten' die met tussenpozen van ongeveer vijf minuten kwamen. Mijn vriend merkte op dat het effect vergelijkbaar was met de effecten van yohimbe die ook dergelijke rushes veroorzaken. Mijn vriend merkte op dat het gevoel onaangenaam was en het gevoeld gaf alsof je ergens door schrok Hij ondervond ook wat sedatie op vanwege de thee en ging binnen 45 minuten na het drinken van de thee naar bed. Mijn vriend besloot zich af te trekken (zijn vriendin was de stad uit). Dit snode plan mislukte door de effecten van de thee. Hij viel in slaap en droomde woeste dromen”.
Hoe kunnen we die tegenstrijdige ervaringen met elkaar in overeenstemming brengen, zo zul je je op dit moment kunnen afvragen. Het antwoord is eenvoudig.
De sukkel heeft niet een aftreksel van een Argentijnse petunia (Petunia violacea) gebruikt, maar heeft zich kennelijk vergist. Hij moet per ongeluk de bloemen van de klimmende winde (Ipomoea violacea) hebben gebruikt[1]. Die lijken namelijk zeer veel op die van de petunia en daarvan weten we wel degelijk dat ze hallucinerende effecten hebben.
[1] Butler et al: Petunia violacea: hallucinogen or not? in ScienceDirect – 1981. Zie hier.
Petunia's en hun biologische klok
De biologische klok in de hersenen van zowel mensen als dieren is verantwoordelijk voor de regulatie van het zogenaamde circadiaan ritme (ook wel 24-uursritme of slaap-waakritme genoemd). Licht dat op het netvlies van de ogen valt wordt via speciale lichtgevoelige cellen naar de hersenen geleid. Daar wordt, gedurende de afwezigheid van daglicht, de aanmaak van het hormoon melatonine het waak-slaapritme gereguleerd.
Circadiaan verlopende functies vertonen een patroon dat dagelijks herhaald wordt. Het ritme wordt via de biologische klok functioneert onafhankelijk van omgevingsfactoren, zoals licht en temperatuur. De lichaamstemperatuur is een voorbeeld van een functie met een circadiaan ritme. In de late middag (ongeveer 6 uur voor het inslapen) is deze het hoogst, en 2 uur na het inslapen het laagst. Ook andere lichaamsfuncties vertonen een circadiaan ritme, waaronder afscheiding van bepaalde hormonen, hartritme, slaappatroon, volume van de urineblaas en de behoefte aan eten en drinken.
Maar, zo vroeger wetenschappers zich af, zouden planten ook een biologische klok hebben en daardoor ook een circadiaans ritme? Tijd voor onderzoek vonden ze en welke plant kun je daarvoor beter gebruiken dan de petunia[1].
De circadiane klok van de petunia blijkt omgevingssignalen te coördineren via interne processen, waaronder secundair metabolisme, groei, bloei en vluchtige emissie. Verschillende weefsels van de plant zijn gespecialiseerd in verschillende functies. Bloemblaadjes verbergen bijvoorbeeld de geslachtsorganen terwijl ze bestuivers aantrekken.
De onderzoekers analyseerden de structuur van de biologische klok van de bladeren en de bloedblaadjes van de petunia (Petunia x hybrida). Ze registreerden de expressie van 13 klokgenen onder licht:donker (LD) en constante duisternis (DD).
Bij een normaal dag- en nachtrite (licht:donker) bereikten klokgenen hun maximale expressie in de bladeren tijdens de lichte fase en de bloemblaadjes geurende de donkere periode. Onder constante duisternis werd maximale expressie vertraagd, vooral in bloemblaadjes.
Interessant was dat het ritmische patroon bleef bestaan in bladeren en bloemblaadjes bij zowel licht:donker als constante duisternis. Variatie in genexpressie verschilde wel tussen bladeren en bloemblaadjes, tijdstip van de dag en fotoperiode.
Uit de resultaten bleek dat petunia's een gespecialiseerde klok hadden voor zowel de bladeren als de bloemblaadjes. Toch knap van die petunia.
[1] Terry et al: Transcriptional Structure of Petunia Clock in Leaves and Petals in Genes – 2019.
Circadiaan verlopende functies vertonen een patroon dat dagelijks herhaald wordt. Het ritme wordt via de biologische klok functioneert onafhankelijk van omgevingsfactoren, zoals licht en temperatuur. De lichaamstemperatuur is een voorbeeld van een functie met een circadiaan ritme. In de late middag (ongeveer 6 uur voor het inslapen) is deze het hoogst, en 2 uur na het inslapen het laagst. Ook andere lichaamsfuncties vertonen een circadiaan ritme, waaronder afscheiding van bepaalde hormonen, hartritme, slaappatroon, volume van de urineblaas en de behoefte aan eten en drinken.
Maar, zo vroeger wetenschappers zich af, zouden planten ook een biologische klok hebben en daardoor ook een circadiaans ritme? Tijd voor onderzoek vonden ze en welke plant kun je daarvoor beter gebruiken dan de petunia[1].
De circadiane klok van de petunia blijkt omgevingssignalen te coördineren via interne processen, waaronder secundair metabolisme, groei, bloei en vluchtige emissie. Verschillende weefsels van de plant zijn gespecialiseerd in verschillende functies. Bloemblaadjes verbergen bijvoorbeeld de geslachtsorganen terwijl ze bestuivers aantrekken.
De onderzoekers analyseerden de structuur van de biologische klok van de bladeren en de bloedblaadjes van de petunia (Petunia x hybrida). Ze registreerden de expressie van 13 klokgenen onder licht:donker (LD) en constante duisternis (DD).
Bij een normaal dag- en nachtrite (licht:donker) bereikten klokgenen hun maximale expressie in de bladeren tijdens de lichte fase en de bloemblaadjes geurende de donkere periode. Onder constante duisternis werd maximale expressie vertraagd, vooral in bloemblaadjes.
Interessant was dat het ritmische patroon bleef bestaan in bladeren en bloemblaadjes bij zowel licht:donker als constante duisternis. Variatie in genexpressie verschilde wel tussen bladeren en bloemblaadjes, tijdstip van de dag en fotoperiode.
Uit de resultaten bleek dat petunia's een gespecialiseerde klok hadden voor zowel de bladeren als de bloemblaadjes. Toch knap van die petunia.
[1] Terry et al: Transcriptional Structure of Petunia Clock in Leaves and Petals in Genes – 2019.
Oorsprong van (illegale) oranje petunia's gevonden
In het voorjaar van 2017 werd er een wereldwijde terugroepactie georganiseerd voor petunia's met oranje bloemen. Dat leverde nogal wat schade op voor zaadhandelaren en tuincentra.
Die oranje petunia's waren geidentificeerd als planten die genetically engineered waren, maar niet volgens de regels waren aangemeld. Illegaal op de markt gebracht derhalve.
Het bleek dat wetenschappers een enzym uit maïs, dihydroflavonol 4-reductase (DFR, A1), in de petunia's hadden ingebouwd. Dit enzym was ooit onderwerp van wetenschappelijk onderzoek om te bekijken of men planten pelargonidin kon laten produceren. Pelargonidin is een oranje kleurstof, een anthocyanidine. Diezelfde kleurstof is ook van nature aanwezig in aardbeien, cranberry's en – vreemd genoeg – kidneybonen.
Onderzoekers hebben alle op de markt verschenen oranje varieteiten nu grondig onderzocht[1]. Men kwam tot de conclusie dat de ultieme bron van deze genetically engineered petunia's in Duitsland lag toen daar in de jaren 80 van de vorige eeuw onderzoek aan werd gepleegd door het Max Planck Institute for Plant Breeding Research in Keulen, gevolgd door veldproeven in de jaren 90[2]. Daarna werden er in Amerika ook nog veldproeven mee verricht.
In diverse laboratoria lagen dus nog zaden opgeslagen en de onderzoekers vermoeden dat door de vele fusies van onderzoeksinstituten en zaadbedrijven men simpelweg vergeten is dat er geen toestemming was gevraagd voor die prachtige oranjekleurende petunia's.
Europese en Amerikaanse autoriteiten beklemtonen dat er geen enkel gevaar bestaat voor negatieve gevolgen. Nu zeggen ambtenaren dat wel vaker en dus nemen we die conclusie maar met een flinke korrel zout.
[1] Haselmair-Gosch et al: Great Cause—Small Effect: Undeclared Genetically Engineered Orange Petunias Harbor an Inefficient Dihydroflavonol 4-Reductase in Frontiers of Plant Science – 2018. Zie hier.
[2] Meyer et al: A new petunia flower colour generated by transformation of a mutant with a maize gene in Nature - 1987
Die oranje petunia's waren geidentificeerd als planten die genetically engineered waren, maar niet volgens de regels waren aangemeld. Illegaal op de markt gebracht derhalve.
Het bleek dat wetenschappers een enzym uit maïs, dihydroflavonol 4-reductase (DFR, A1), in de petunia's hadden ingebouwd. Dit enzym was ooit onderwerp van wetenschappelijk onderzoek om te bekijken of men planten pelargonidin kon laten produceren. Pelargonidin is een oranje kleurstof, een anthocyanidine. Diezelfde kleurstof is ook van nature aanwezig in aardbeien, cranberry's en – vreemd genoeg – kidneybonen.
Onderzoekers hebben alle op de markt verschenen oranje varieteiten nu grondig onderzocht[1]. Men kwam tot de conclusie dat de ultieme bron van deze genetically engineered petunia's in Duitsland lag toen daar in de jaren 80 van de vorige eeuw onderzoek aan werd gepleegd door het Max Planck Institute for Plant Breeding Research in Keulen, gevolgd door veldproeven in de jaren 90[2]. Daarna werden er in Amerika ook nog veldproeven mee verricht.
In diverse laboratoria lagen dus nog zaden opgeslagen en de onderzoekers vermoeden dat door de vele fusies van onderzoeksinstituten en zaadbedrijven men simpelweg vergeten is dat er geen toestemming was gevraagd voor die prachtige oranjekleurende petunia's.
Europese en Amerikaanse autoriteiten beklemtonen dat er geen enkel gevaar bestaat voor negatieve gevolgen. Nu zeggen ambtenaren dat wel vaker en dus nemen we die conclusie maar met een flinke korrel zout.
[1] Haselmair-Gosch et al: Great Cause—Small Effect: Undeclared Genetically Engineered Orange Petunias Harbor an Inefficient Dihydroflavonol 4-Reductase in Frontiers of Plant Science – 2018. Zie hier.
[2] Meyer et al: A new petunia flower colour generated by transformation of a mutant with a maize gene in Nature - 1987
Reitz's Petunia
Raulino Reitz (1919-1990) was een katholiek priester, botanicus en Braziliaans historicus. Hij richtte in 1942 Herbário Barbosa Rodrigues, dat een grote collectie planten uit de omgeving van de gemeente Itajaí in noordoostelijke Braziliaanse deelstaat Santa Catarina. Hij was tevens directeur van de Botanische Tuin van Rio de Janeiro tussen 1971 tot 1975.
Reitz had zo'n grote collectie planten verzameld dat het wel eens lastig bleek om de juiste naam bij de juiste bloem te vinden. In 1964 werd aan de hand van een al in 1948 door Lyman Bradford Smith en Robert Jack Downs gevonden exemplaar vastgesteld dat een petunia tot een aparte soort behoorde.
Deze petunia komt alleen voor in bergachtige gebieden en zijn voorkomen is beperkt tot een klein gbied tussen de plaatsen Bom Retiro en Urubici. Om zijn inspanningen op het gebied van plantkunde te eren, besloten Smith and Downs Raulino Reitz te eren. De petunia kreeg de naam Petunia reitzii ofwel Reitz's petunia.
Reitz's petunia is een kruidachtige, vertakte, wijdverspreide plant. De soort groeit op een hoogte van ongeveer 1000 meter tegen de wanden van kliffen naast rivieren. De plant hangt daardoor vrij in de ruimte. Toch kan de sort ook op hellingen groeien die aan de elementen zijn blootgesteld. En taaie rakker.
Deze petunia bloeit met prachtige dieprode tot purperkleurige trompetvormige bloemen van circa 4.5 centimeter lang.
Het zal je niet verbazen dat Reitz's petunia op de Braziliaanse lijst van ernstig bedreigde soorten terecht gekomen is. Tijd voor actie, zo zou je zeggen, maar daar daar zie ik nog geen signalen voor. Hoe lastig kan het zijn om een project te starten om deze prachtige petunia in een kas of tuin te vermeerderen om Reitz's petunia voor uitsterven te behoeden.
Reitz had zo'n grote collectie planten verzameld dat het wel eens lastig bleek om de juiste naam bij de juiste bloem te vinden. In 1964 werd aan de hand van een al in 1948 door Lyman Bradford Smith en Robert Jack Downs gevonden exemplaar vastgesteld dat een petunia tot een aparte soort behoorde.
Deze petunia komt alleen voor in bergachtige gebieden en zijn voorkomen is beperkt tot een klein gbied tussen de plaatsen Bom Retiro en Urubici. Om zijn inspanningen op het gebied van plantkunde te eren, besloten Smith and Downs Raulino Reitz te eren. De petunia kreeg de naam Petunia reitzii ofwel Reitz's petunia.
Reitz's petunia is een kruidachtige, vertakte, wijdverspreide plant. De soort groeit op een hoogte van ongeveer 1000 meter tegen de wanden van kliffen naast rivieren. De plant hangt daardoor vrij in de ruimte. Toch kan de sort ook op hellingen groeien die aan de elementen zijn blootgesteld. En taaie rakker.
Deze petunia bloeit met prachtige dieprode tot purperkleurige trompetvormige bloemen van circa 4.5 centimeter lang.
Het zal je niet verbazen dat Reitz's petunia op de Braziliaanse lijst van ernstig bedreigde soorten terecht gekomen is. Tijd voor actie, zo zou je zeggen, maar daar daar zie ik nog geen signalen voor. Hoe lastig kan het zijn om een project te starten om deze prachtige petunia in een kas of tuin te vermeerderen om Reitz's petunia voor uitsterven te behoeden.
Patagonische Petunia
Patagonië beslaat het zuiden van Zuid-Amerika en het gebied wordt daardoor gedeeld door Argentinië en Chili. Het grenst zowel aan de Atlantische Oceaan en de Stille Oceaan. Het hele gebied is maar spaarzaam bewoond.
Het gebied bevat de zuidelijke uitlopers van het Andes-gebergte, maar ook – ten oosten van die bergrug – woestijnen, pampa's en graslanden. Door de zuidelijke ligging is het klimaat koel en droog, maar het weer kan plaatselijk behoorlijk slecht zijn.
De flora heeft zich aan die aparte omstandigheden moeten aanpassen en dat betekent dat er vrij zeldzame soorten zijn ontstaan. Ook binnen de petunia's is er een vreemde eend in de bijt aangetroffen, de Patagonische petunia (Petunia patagonica).
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Petunia, kan herleid worden tot het Frans in de 16de eeuw toen men daar de plant petun noemde, het was toen al een verouderd woord voor 'tabaksplant'. De Fransen leenden het woord van de Portugezen, waar de plant petum ('tabaksplant') werd genoemd. De Portugese kolonisten hadden de plant in Zuid-Amerika 'ontdekt' en vroegen aan de plaatselijke Indianenstam, de Guarani, hoe zij die plant noemden. Dat was pety ('tabaksplant'). Het tweede deel, patagonica, betekent natuurlijk '(uit) Patagonië', maar dan beginnen de problemen pas écht, want niemand weet precies (meer) hoe die landstreek aan zijn naam is gekomen. Het is echter afgeleid van het woord patagón, de naam die de beroemde ontdekkingsreiziger Fernão de Magalhães (1480-1521), bij ons bekend als Ferdinand Magallan in 1520 aan de inheemse bevolking gaf. Het woord patagón is verder terug te leiden tot het Spaanse en Portugese pata, dat '(dieren)poot' betekent en verwijst naar de schoenen, gemaakt van de vacht van een lama, die de mensen daar tegen de kou droegen.
Deze laagblijvende petunia heeft zich uitgedost met bloemen, die gebroken wit van kleur zijn en welke geaderd zijn met prachtig violet en goud. Het is een koninklijke kleurencombinatie, nietwaar Koningin Maxima? De gezwollen bladeren lijken op die van vetplanten.
De Patagonische petunia heeft zich perfect aangepast aan het heldere licht van een voortdurend wolkenloze hemel en is bovendien bestand tegen de altijd waaiende wind. Deze soort heeft geen speciale aandacht nodig om zich in vrijwel iedere tuin thuis te voelen. Hij is gewend aan uitdagingen.
Het gebied bevat de zuidelijke uitlopers van het Andes-gebergte, maar ook – ten oosten van die bergrug – woestijnen, pampa's en graslanden. Door de zuidelijke ligging is het klimaat koel en droog, maar het weer kan plaatselijk behoorlijk slecht zijn.
De flora heeft zich aan die aparte omstandigheden moeten aanpassen en dat betekent dat er vrij zeldzame soorten zijn ontstaan. Ook binnen de petunia's is er een vreemde eend in de bijt aangetroffen, de Patagonische petunia (Petunia patagonica).
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Petunia, kan herleid worden tot het Frans in de 16de eeuw toen men daar de plant petun noemde, het was toen al een verouderd woord voor 'tabaksplant'. De Fransen leenden het woord van de Portugezen, waar de plant petum ('tabaksplant') werd genoemd. De Portugese kolonisten hadden de plant in Zuid-Amerika 'ontdekt' en vroegen aan de plaatselijke Indianenstam, de Guarani, hoe zij die plant noemden. Dat was pety ('tabaksplant'). Het tweede deel, patagonica, betekent natuurlijk '(uit) Patagonië', maar dan beginnen de problemen pas écht, want niemand weet precies (meer) hoe die landstreek aan zijn naam is gekomen. Het is echter afgeleid van het woord patagón, de naam die de beroemde ontdekkingsreiziger Fernão de Magalhães (1480-1521), bij ons bekend als Ferdinand Magallan in 1520 aan de inheemse bevolking gaf. Het woord patagón is verder terug te leiden tot het Spaanse en Portugese pata, dat '(dieren)poot' betekent en verwijst naar de schoenen, gemaakt van de vacht van een lama, die de mensen daar tegen de kou droegen.
Deze laagblijvende petunia heeft zich uitgedost met bloemen, die gebroken wit van kleur zijn en welke geaderd zijn met prachtig violet en goud. Het is een koninklijke kleurencombinatie, nietwaar Koningin Maxima? De gezwollen bladeren lijken op die van vetplanten.
De Patagonische petunia heeft zich perfect aangepast aan het heldere licht van een voortdurend wolkenloze hemel en is bovendien bestand tegen de altijd waaiende wind. Deze soort heeft geen speciale aandacht nodig om zich in vrijwel iedere tuin thuis te voelen. Hij is gewend aan uitdagingen.
Alkaloïden in Petunia's?
Alkaloïden worden door planten aangemaakt om vraatschade door planteneters te voorkomen. Meestal zijn ze bitter van smaak, maar soms zijn ze zo scherp dat het de dieren ontmoedigt om te eten. Petunia's zijn nauw gerelateerd aan de tabaksplanten (Nicotineae). Die laatste maken diverse nicotinoïden aan, een bitter goedje. Het is de nicotine in tabak waar we verslaafd aan kunnen raken.
De vraag is dus: als petunia's en tabaksplanten zo nauw verwant zijn, bezitten de petunia's dan ook verwante stofjes om zichzelf te verdedigen? Kun je petuniabladeren dan ook roken om een positief gevoel te krijgen?
Een verslag uit Ecuador meldt dat Petunia violacea ooit werd gebruikt als een hallucinogeen door enkele inheemse Zuid-Amerikaanse volkeren onder de naam Shanin (Alvear, 1971). De petuniabladeren werden inderdaad gerookt en gaven de gebruikers een gevoel van 'vliegen'. Een onderzoek probeerde duidelijk te krijgen welke alkaloïden zich in de petuniabladeren verstopten, maar tot hun verrassing konden ze geen enkele alkaloïde aantonen[1].
Geen probleem, zo meldden de onderzoekers, want niet alle hallucinogenen zijn alkaloïden en niet alle alkaloïden konden met hun apparatuur gevonden worden. En dus zou die ongrijpbare alkaloïde een atypische alkaloïde moeten zijn.
Ander onderzoek toonde in Petunia parodii een aantal ergostanoïden aan[2]. Dat zijn hormoonachtige stofjes en we weten dat die al in kleine hoeveelheden uiterst grote effecten kunnen hebben. Vraag het de larven van de corn earworm (Heliothis zea) maar eens. De zogenaamde petuniasteronen remmen de groei van die larven met wel 50%[3].
Een wat ouder onderzoek bracht echter aan het licht dat enkele stofjes in Petunia hybrida een krachtige remmer van cholinesterase zijn. Dat is een enzym die verantwoordelijk is voor de afbraak van de neurotransmitter acetylcholine. Normaal gesproken zorgt remming van dit enzym niet voor hallucinaties, maar het heeft wel behoorlijke geestelijke en lichamelijke effecten.
Ter verduidelijking: zenuwgassen (Sarin, Soman, Tabun, VX en Novichok), landbouwgif (malathion, parathion, diazinon, fenthion, dichlorvos, chlorpyrifos, ethion en trichlorfon) of een overdaad aan nicotine zorgen ook voor een overdosis aan acetylcholine als gevolg van de krachtige remming van cholinesterase. We weten allemaal dat dit geen positieve effecten heeft op het menselijk functioneren.
Je kunt petuniabladeren dus roken, kunt er misschien het gevoel van krijgen dat je kunt vliegen, maar ik kan je bijna garanderen dat je pijnlijk zult neerstorten.
[1] Butler et al: Petunia violacea: hallucinogen or not? in Journal of Ethnopharmalocoly – 1981. Zie hier.
[2] Elliger et al: Petuniasterone N, an Unusual Ergostanoid from Petunia Species in Journal of Natural Products – 1989
[3] Elliger et al: Petuniasterone R, a New Ergostanoid from Petunia parodii in Journal of Natural Products – 1992
De vraag is dus: als petunia's en tabaksplanten zo nauw verwant zijn, bezitten de petunia's dan ook verwante stofjes om zichzelf te verdedigen? Kun je petuniabladeren dan ook roken om een positief gevoel te krijgen?
Een verslag uit Ecuador meldt dat Petunia violacea ooit werd gebruikt als een hallucinogeen door enkele inheemse Zuid-Amerikaanse volkeren onder de naam Shanin (Alvear, 1971). De petuniabladeren werden inderdaad gerookt en gaven de gebruikers een gevoel van 'vliegen'. Een onderzoek probeerde duidelijk te krijgen welke alkaloïden zich in de petuniabladeren verstopten, maar tot hun verrassing konden ze geen enkele alkaloïde aantonen[1].
Geen probleem, zo meldden de onderzoekers, want niet alle hallucinogenen zijn alkaloïden en niet alle alkaloïden konden met hun apparatuur gevonden worden. En dus zou die ongrijpbare alkaloïde een atypische alkaloïde moeten zijn.
Ander onderzoek toonde in Petunia parodii een aantal ergostanoïden aan[2]. Dat zijn hormoonachtige stofjes en we weten dat die al in kleine hoeveelheden uiterst grote effecten kunnen hebben. Vraag het de larven van de corn earworm (Heliothis zea) maar eens. De zogenaamde petuniasteronen remmen de groei van die larven met wel 50%[3].
Een wat ouder onderzoek bracht echter aan het licht dat enkele stofjes in Petunia hybrida een krachtige remmer van cholinesterase zijn. Dat is een enzym die verantwoordelijk is voor de afbraak van de neurotransmitter acetylcholine. Normaal gesproken zorgt remming van dit enzym niet voor hallucinaties, maar het heeft wel behoorlijke geestelijke en lichamelijke effecten.
Ter verduidelijking: zenuwgassen (Sarin, Soman, Tabun, VX en Novichok), landbouwgif (malathion, parathion, diazinon, fenthion, dichlorvos, chlorpyrifos, ethion en trichlorfon) of een overdaad aan nicotine zorgen ook voor een overdosis aan acetylcholine als gevolg van de krachtige remming van cholinesterase. We weten allemaal dat dit geen positieve effecten heeft op het menselijk functioneren.
Je kunt petuniabladeren dus roken, kunt er misschien het gevoel van krijgen dat je kunt vliegen, maar ik kan je bijna garanderen dat je pijnlijk zult neerstorten.
[1] Butler et al: Petunia violacea: hallucinogen or not? in Journal of Ethnopharmalocoly – 1981. Zie hier.
[2] Elliger et al: Petuniasterone N, an Unusual Ergostanoid from Petunia Species in Journal of Natural Products – 1989
[3] Elliger et al: Petuniasterone R, a New Ergostanoid from Petunia parodii in Journal of Natural Products – 1992
Rode Petunia
De Rode Petunia (Petunia exserta) is een uiterst zeldzaam lid van de familie der Petunia's. Deze variant is inheems in de Serras de Sudeste (de 'zuidoostelijke bergketen') in zuidelijk Brazilië. Zo zeldzaam zelfs dat de rode petunia pas in 1987 voor het eerst wetenschappelijk werd beschreven. Slechts 14 planten konden worden gevonden tijdens een expeditie in 2007.
In het wild groeit de rode petunia alleen op beschaduwde barsten in zandsteen. Het blijkt de enige petuniasoort te zijn, die niet voornamelijk door motten, maar door kolibri's wordt bevrucht. Het is bovendien de enige waarvan de trompetvormige bloem een natuurlijke rode kleur heeft.
In tegenstelling tot al zijn andere familieleden, de Petunia's en de Nicotiana's (tabaksplanten), verspreidt de rode petunia geen heerlijke geur. De reden daarvan is dat hij een kolibri probeert te lokken met zijn rode kleur en geen mot met een heerlijke geur.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Petunia, is hier al eerder verklaard. Het tweede deel, exerta, is afgeleid van het Latijnse woord excertus dat gedurende de geschiedenis diverse betekenissen heeft gehad. We kunnen dus kiezen, maar het meest waarschijnlijke is 'uitsteken' in de zin van 'rechtop uit een rots groeiend'.
De rode petunia deelt zijn rechtop staande groeiwijze met de witte petunia (Petunia axillaris) en de Petunia secreta. De laatste heeft nog geen 'gewone' naam, maar we kunnen hem 'geheime petunia' gaan noemen.
Behalve dat de rode petunia zeer zeldzaam is, heeft hij nog een ander probleem: het lijkt er op dat hij eenvoudig met andere soorten kan kruisen, wat dus een hybride oplevert. Bovendien is de prachtige rode kleur het gevolg van enkele anthocyaniden, die verschillen van die van gekweekte rode soorten Petunia.
Toch is zijn voortbestaan voorlopig verzekerd, omdat tuinliefhebbers hem zo graag in hun tuin wilde hebben dat kwekers zich op deze soort gestort hebben[1]. Iedereen probeert de zaadjes en de planten gescheiden te houden van andere soorten.
[1] Blackhall-Miles: Petunia exserta: a flower on the brink of extinction in The Guardian – 30jul15. Zie hier.
In het wild groeit de rode petunia alleen op beschaduwde barsten in zandsteen. Het blijkt de enige petuniasoort te zijn, die niet voornamelijk door motten, maar door kolibri's wordt bevrucht. Het is bovendien de enige waarvan de trompetvormige bloem een natuurlijke rode kleur heeft.
In tegenstelling tot al zijn andere familieleden, de Petunia's en de Nicotiana's (tabaksplanten), verspreidt de rode petunia geen heerlijke geur. De reden daarvan is dat hij een kolibri probeert te lokken met zijn rode kleur en geen mot met een heerlijke geur.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Petunia, is hier al eerder verklaard. Het tweede deel, exerta, is afgeleid van het Latijnse woord excertus dat gedurende de geschiedenis diverse betekenissen heeft gehad. We kunnen dus kiezen, maar het meest waarschijnlijke is 'uitsteken' in de zin van 'rechtop uit een rots groeiend'.
De rode petunia deelt zijn rechtop staande groeiwijze met de witte petunia (Petunia axillaris) en de Petunia secreta. De laatste heeft nog geen 'gewone' naam, maar we kunnen hem 'geheime petunia' gaan noemen.
Behalve dat de rode petunia zeer zeldzaam is, heeft hij nog een ander probleem: het lijkt er op dat hij eenvoudig met andere soorten kan kruisen, wat dus een hybride oplevert. Bovendien is de prachtige rode kleur het gevolg van enkele anthocyaniden, die verschillen van die van gekweekte rode soorten Petunia.
Toch is zijn voortbestaan voorlopig verzekerd, omdat tuinliefhebbers hem zo graag in hun tuin wilde hebben dat kwekers zich op deze soort gestort hebben[1]. Iedereen probeert de zaadjes en de planten gescheiden te houden van andere soorten.
[1] Blackhall-Miles: Petunia exserta: a flower on the brink of extinction in The Guardian – 30jul15. Zie hier.
Witte Petunia
De witte petunia (Petunia axillaris) is een eenjarige plant binnen de familie der Nachtschades (Solanaceae). De petunia's zijn inheems in Zuid-Amerika en zijn gerelateerd aan de tabaksplanten. Die familiegelijkenis is het duidelijkst aan de trompetvormige bloemen te zien. De witte petunia kan zichzelf moeiteloos om andere planten of een hek winden. De prachtige zuiver witte bloemen ruiken gedurende een zwoele zomeravond heerlijk naar vanille en drop.
Stel je eens voor dat je in de tuin een koel parelend wijntje drinkt en je wordt omringt door dat exotische natuurlijke parfum.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Petunia, kan herleid worden tot het Frans in de 16de eeuw toen men daar de plant petun noemde, het was toen al een verouderd woord voor 'tabaksplant'. De Fransen leenden het woord van de Portugezen, waar de plant petum ('tabaksplant') werd genoemd. De Portugese kolonisten hadden de plant in Zuid-Amerika 'ontdekt' en vroegen aan de plaatselijke Indianenstam, de Guarani, hoe zij die plant noemden. Dat was pety ('tabaksplant'). Het tweede deel, axillaris, komt uit het Latijn, waar axilla 'oksel, bovenarm, onderste deel of (later) 'as (van een wagen)' betekent. Het is de oervorm van het Nederlandse 'as' of 'axis'. Het beschijft het wikkelen en winden van de plant.
De witte petunia houdt van de tropische en gematigde delen van het Amerikaanse continent, maar in ons land doet hij het uiterst goed in de tuin, al weet hij daaruit nog wel eens te ontsnappen. Maar ja, de natuur laat zich niet in hokjes plaatsen. Die maakt zelf wel uit waar ze groeit en bloeit.
Het is eenvoudig om na de bloei de zaden te oogsten om ze het volgende jaar weer uit te zaaien. Na de bloei worden de lichtbruine conische rechtopstaande vruchtjes gevormd, als ze helemaal droog en dor zijn gaan ze aan de bovenkant iets open staan. Dát is het moment om ze en leeg strooien in je hand. De zaden zijn zeer klein en donkerbruin van kleur. Bewaar ze koel en droog en donker tot het zaaien het jaar erop.
Stel je eens voor dat je in de tuin een koel parelend wijntje drinkt en je wordt omringt door dat exotische natuurlijke parfum.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Petunia, kan herleid worden tot het Frans in de 16de eeuw toen men daar de plant petun noemde, het was toen al een verouderd woord voor 'tabaksplant'. De Fransen leenden het woord van de Portugezen, waar de plant petum ('tabaksplant') werd genoemd. De Portugese kolonisten hadden de plant in Zuid-Amerika 'ontdekt' en vroegen aan de plaatselijke Indianenstam, de Guarani, hoe zij die plant noemden. Dat was pety ('tabaksplant'). Het tweede deel, axillaris, komt uit het Latijn, waar axilla 'oksel, bovenarm, onderste deel of (later) 'as (van een wagen)' betekent. Het is de oervorm van het Nederlandse 'as' of 'axis'. Het beschijft het wikkelen en winden van de plant.
De witte petunia houdt van de tropische en gematigde delen van het Amerikaanse continent, maar in ons land doet hij het uiterst goed in de tuin, al weet hij daaruit nog wel eens te ontsnappen. Maar ja, de natuur laat zich niet in hokjes plaatsen. Die maakt zelf wel uit waar ze groeit en bloeit.
Het is eenvoudig om na de bloei de zaden te oogsten om ze het volgende jaar weer uit te zaaien. Na de bloei worden de lichtbruine conische rechtopstaande vruchtjes gevormd, als ze helemaal droog en dor zijn gaan ze aan de bovenkant iets open staan. Dát is het moment om ze en leeg strooien in je hand. De zaden zijn zeer klein en donkerbruin van kleur. Bewaar ze koel en droog en donker tot het zaaien het jaar erop.
Oranje Petunia
De tuinpetunia (Petunia axillaris) heeft van oorsprong witte bloemen. Zijn uiterst zeldzame broertje, de rode petunia (Petunia exserta), heeft rode bloemen. In 2017 verschenen plotseling oranje petunia's in de handel en dat was vreemd.
Sommige kenners menen dat deze oranje kleur alleen verkregen kan worden door genetische manipulatie. Op zich geen probleem, maar genetisch gemodificeerde planten mogen alleen op de Europese markt gezet worden, nadat deze aan een specifieke toelatingsprocedure zijn onderworpen. En dat is in dit geval niet gebeurd. Er is dan ook geen autorisatie voor het importeren, kweken of vermarkten van dergelijke soorten binnen de EU lidstaten.
Uit analyses van Evira, de Finse voedsel- en warenautoriteit, bleek een partij petuniazaad (African Sunset) en acht reeds bij kwekers geplante variëteiten genetische gemodificeerd te zijn. Mogelijk, zo denk men, is de oranje kleur verkregen door invoeging van een gen afkomstig uit maïs. Het betreft de rassen Pegasus Orange Morn, Pegasus Orange, Pegasus Table Orange, Potunia Plus Papay, Go! Tunia Orange, Bonnie Orange, Sanguna Patio Salmon en Sanguna Salmon.
Evira heeft besloten de verkoop van zaadjes en stekjes van een oranje petunia een halt toe te roepen. Ten gevolge van dit besluit zullen de planten en het zaad worden vernietigd en reeds uitgeleverde planten, bedoeld voor vermeerdering, worden teruggeroepen. De genetisch gemodificeerde petunia’s vormen geen gevaar voor mens of milieu.
Maar, zo is natuurlijk de vraag, waar kwamen die oranje petunia's vandaan. De zaadjes en het uitgangsmateriaal van de petunia is in Finland geïmporteerd vanuit Duitsland en Nederland.
Toch geloven sommigen dat de oranje petunia zelfs via natuurlijke weg gekruist kon worden, omdat met deze soort middels conventionele methoden al zo veel kleuren en vormen zijn te creëren. Kijk maar naar de petunia Night Sky: een nieuw kleurenpatroon dat op de conventionele manier verkregen is.
Sommige kenners menen dat deze oranje kleur alleen verkregen kan worden door genetische manipulatie. Op zich geen probleem, maar genetisch gemodificeerde planten mogen alleen op de Europese markt gezet worden, nadat deze aan een specifieke toelatingsprocedure zijn onderworpen. En dat is in dit geval niet gebeurd. Er is dan ook geen autorisatie voor het importeren, kweken of vermarkten van dergelijke soorten binnen de EU lidstaten.
Uit analyses van Evira, de Finse voedsel- en warenautoriteit, bleek een partij petuniazaad (African Sunset) en acht reeds bij kwekers geplante variëteiten genetische gemodificeerd te zijn. Mogelijk, zo denk men, is de oranje kleur verkregen door invoeging van een gen afkomstig uit maïs. Het betreft de rassen Pegasus Orange Morn, Pegasus Orange, Pegasus Table Orange, Potunia Plus Papay, Go! Tunia Orange, Bonnie Orange, Sanguna Patio Salmon en Sanguna Salmon.
Evira heeft besloten de verkoop van zaadjes en stekjes van een oranje petunia een halt toe te roepen. Ten gevolge van dit besluit zullen de planten en het zaad worden vernietigd en reeds uitgeleverde planten, bedoeld voor vermeerdering, worden teruggeroepen. De genetisch gemodificeerde petunia’s vormen geen gevaar voor mens of milieu.
Maar, zo is natuurlijk de vraag, waar kwamen die oranje petunia's vandaan. De zaadjes en het uitgangsmateriaal van de petunia is in Finland geïmporteerd vanuit Duitsland en Nederland.
![]() |
| [Petunia Night Sky] |
Tuinpetunia
De tuinpetunia (Petunia axillaris) werd ooit als een tabaksplant gezien. Het is een eenjarige, kruidachtige plant in de bekende familie der Nachtschades (Solanaceae) en is inheems in Zuid-Amerika, maar intussen is geïntroduceerd in zuidelijke delen van de Verenigde Staten.
De tuinpetunia is de wilde voorouder van veel van de huidige petunias die we met veel plezier in onze tuinen hebben aangeplant. Iedere moderne petunia is eigenlijk een hybride van die tuinpetunia. Al in 1837 werd het eerste exemplaar in Amerika aangeplant. Natuurlijk zijn de aantrekkelijke zuiver witte bloemen een aanwinst voor iedere tuin, maar het is zijn nachtelijke geur van vanille en drop die iedere romantische geest zal beroeren.
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Petunia, is afkomstig van pétun, de benaming voor tabak in enkele locale inheemse talen in Brazilië. Het tweede deel, axillaris, werd al in 1793 beschreven door Lamarck en betekent 'oksel' of 'schouder'. Het woord is terug te herleiden tot het Latijnse woord axilla, dat 'oksel' of zelfs 'vleugel' heeft betekend.
Dat de tuinpetunia zoveel lijkt op de tabakssoorten bewijst diens oude en min of meer vergeten wetenschappelijke naam Nicotiana nyctaginiflora.
De originele tuinpetunia is intussen een zeldzaamheid geworden, maar hij heeft nog een zeldzamer broertje, de (échte) rode petunia (Petunia exserta) uit Brazilië. Deze verschilt slechts van de tuinpetunia door de rode (in plaats van witte) bloemen. Deze soort werd pas in 1987 beschreven en het is de enige petuniasoort die door kolibries bevrucht wordt. Alle andere soorten worden door insecten als motten bevrucht. De rode petunia geurt niet omdat kolibries niet kunnen ruiken. Hij groeit op beschaduwde, wat rotsige plekjes waar de opvallende rode bloemen de vogels kunnen aantrekken.
Tijdens het laatste veldonderzoek bleek dat deze zeldzame verschijning zelfs op het punt staat om uit te sterven. De tuinpetunia kruist zo eenvoudig met de rode petunia dat biologen in 2007 tijdens een expeditie nog maar 14 raszuivere exemplaren wisten te vinden.
Onderzoek heeft aangetoond dat de petunia geen alkaloïden aanmaakt om zichzelf te verdedigen tegen vraagzucht van herbivoren[1]. Dat lijkt vreemd omdat vrijwel alle soorten binnen de grote familie der Nachtschades giftig blijken te zijn. De onderzoekers houden nog een slag om de arm door te zeggen dat het geslacht mogelijk een a-typische alkaloïde bevat. Toch heeft inname van de petunia wel enig effect op het menselijk lichaam: het is de meest krachtige remmer van cholinesterase, een enzym dat verantwoordelijk is voor de afbraak van de neurotransmitter acetylcholine[2]. De werkzame stof van de petunia's kan daardoor (theoretisch) een positief effect hebben op het geheugen en andere cognitieve functies bij (het ontstaan van) de Ziekte van Alzheimer.
[1] Butler et al: Petunia violacea: hallucinogen or not? in Journal of Ethnopharmacology - 1981
[2] Orgel: Inhibition of human plasma cholinesterase in vitro by plant extracts in Uoydia - 1963
Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Petunia, is afkomstig van pétun, de benaming voor tabak in enkele locale inheemse talen in Brazilië. Het tweede deel, axillaris, werd al in 1793 beschreven door Lamarck en betekent 'oksel' of 'schouder'. Het woord is terug te herleiden tot het Latijnse woord axilla, dat 'oksel' of zelfs 'vleugel' heeft betekend.
Dat de tuinpetunia zoveel lijkt op de tabakssoorten bewijst diens oude en min of meer vergeten wetenschappelijke naam Nicotiana nyctaginiflora.
De originele tuinpetunia is intussen een zeldzaamheid geworden, maar hij heeft nog een zeldzamer broertje, de (échte) rode petunia (Petunia exserta) uit Brazilië. Deze verschilt slechts van de tuinpetunia door de rode (in plaats van witte) bloemen. Deze soort werd pas in 1987 beschreven en het is de enige petuniasoort die door kolibries bevrucht wordt. Alle andere soorten worden door insecten als motten bevrucht. De rode petunia geurt niet omdat kolibries niet kunnen ruiken. Hij groeit op beschaduwde, wat rotsige plekjes waar de opvallende rode bloemen de vogels kunnen aantrekken.
Tijdens het laatste veldonderzoek bleek dat deze zeldzame verschijning zelfs op het punt staat om uit te sterven. De tuinpetunia kruist zo eenvoudig met de rode petunia dat biologen in 2007 tijdens een expeditie nog maar 14 raszuivere exemplaren wisten te vinden.
Onderzoek heeft aangetoond dat de petunia geen alkaloïden aanmaakt om zichzelf te verdedigen tegen vraagzucht van herbivoren[1]. Dat lijkt vreemd omdat vrijwel alle soorten binnen de grote familie der Nachtschades giftig blijken te zijn. De onderzoekers houden nog een slag om de arm door te zeggen dat het geslacht mogelijk een a-typische alkaloïde bevat. Toch heeft inname van de petunia wel enig effect op het menselijk lichaam: het is de meest krachtige remmer van cholinesterase, een enzym dat verantwoordelijk is voor de afbraak van de neurotransmitter acetylcholine[2]. De werkzame stof van de petunia's kan daardoor (theoretisch) een positief effect hebben op het geheugen en andere cognitieve functies bij (het ontstaan van) de Ziekte van Alzheimer.
[1] Butler et al: Petunia violacea: hallucinogen or not? in Journal of Ethnopharmacology - 1981
[2] Orgel: Inhibition of human plasma cholinesterase in vitro by plant extracts in Uoydia - 1963
Subscribe to:
Posts (Atom)



















